Zienswijze van Marjan Witteveen

Het is een goede zaak om in de buitenstad de herinnering aan het industrieel verleden van het terrein levend te houden. Om uitgerekend te kiezen voor behoud van volume en contouren van de grote naoorlogse bouwhal is daarvoor de slechtste keus. In het rapport staat dat ‘cultuurhistorische betekenis moet worden gehecht aan de grote hal’ (…) die  ‘qua constructie niet van landelijke betekenis, maar door de gaafheid en door verschillende bijzondere aspecten (zoals het zwevende magazijn) cultuurhistorisch van belang’ is (3.2). Dat lijkt een opmaat naar behoud van de grote hal, maar uiteindelijk gaat het erom een ander gebouw neer te zetten met dezelfde of vergelijkbare omvang. Dat de grote hal een vertrouwd beeld opleverde, was na al die jaren vanzelf wel het geval, maar of het een geliefd beeld was en is, is nooit gebleken, is nergens onderbouwd in het rapport en op zijn minst twijfelachtig. In tegenstelling tot een deel van de havenkant waren de werfgebouwen doelbewust buiten het beschermd stadsgezicht gebleven, omdat hun cultuurhistorische kwaliteit van ondergeschikt belang was en noch het beschermen noch een voorzichtige aanpak waard was.

 

De ‘basishoogte van de bouwblokken is een gevarieerde bouwhoogte van 14 meter’ (4.2.1 onder Thuiskomen op de werf). Die basis is hoger dan het hoogste gebouw (afgezien van de Sint-Maartenskerk) in de oude stad, namelijk het Gasthuis in de Kerkstraat, 13 meter). De grote bouwhal is veel hoger dan 14 meter, dus het geplande appartementengebouw (ook als het de contouren van de loods niet zou overstijgen) is zeer dominant aanwezig. Dat lijkt toch niet op ‘het evenwicht in een schaal die nog goed

Marjan heeft veel publicaties over Zaltbommel op haar naam staan waarin de geschiedenis van de stad centraal staan.
Marjan Witteveen wint Jan van Heeswijkprijs Bommelerwaard (BD 27 september 2014)

past bij de bestaande stad’ (4.2.1 onder Bouwhoogten). Deze grote bouwhal was qua schaal van meet af aan een storend element langs de rivier. Het geplande appartementengebouw zal dan ook landschappelijk in het rivierengebied een storend element zijn.

 

Bovendien verhindert het appartementengebouw vanuit de wijk het zo gewenste zicht op de rivier. De ruimte tussen het gebouw en het water ligt bovendien altijd in de schaduw. Het is door ligging en schaduwwerking een obstakel voor de recreatie van de bewoners.

 

Een verondersteld groot economisch gewin op de korte termijn heeft op de lange termijn alleen het effect dat een unique selling point (recreatie in de zon langs de rivier voor de honderden bewoners van de buitenstad) voor het toerisme en de inwoners van Zaltbommel verloren gaat, juist nu we in de steeds warmere zomers meer dan ooit beseffen hoe waardevol frisse recreatie in de nabijheid is en hoezeer het toerisme aan de economie van de stad bijdraagt.

De grote steden zorgen dat hoogbouw op afstand van de oude centra staat. Zaltbommel had die kans gehad (bijvoorbeeld in de Waluwe), maar hield daar vast aan laagbouw. Nu komt een hoge wijk direct naast de oude stad en overheerst het subtielere  gezicht op de oude stad omwille van een contrast dat moeiteloos wordt bereikt door de modernere architectuur en materialen.