Waterveiligheid

De werkgroep Buitenstad bestaat uit een aantal gewone burgers van Zaltbommel. Vanuit de visie van de vereniging heeft ze de plannen in detail doorgenomen en zaken gevonden die in haar ogen raar zijn / vraagtekens oproepen / etc. We nodigen iedereen uit om het concept bestemmingsplan te lezen, zijn of haar eigen mening te vormen en zijn/haar mening op papier te zetten. Stuur die ‘zienswijze’ vóór 16 september naar de gemeente, zodat ze daar weten hoe u over de plannen denkt.

 

In het afgelopen half jaar zijn we gewezen op het overstromingsrisico. Daarna zijn we een zoektocht gestart om ons verder in de materie te verdiepen. Hierbij zijn we van de ene verbazing in de e andere gevallen. Onder “Waterveiligheid” hebben we alle zaken opgenomen die we tegen gekomen zijn en vervolgens hebben we dit beeld tegen het concept bestemmingsplan aan gehouden.

 

We wensen jullie veel inspiratie!

Professor Kleinhans (Universiteit van Utrecht, faculteit Geoscience) zegt ten aanzien van bouwen in de rivier: “Maar voor een rivierwetenschapper als ik lijkt het van de gekke om in uiterwaarden te willen bouwen, al helemaal zo kort nadat er net zwaar is geïnvesteerd in ruimte voor de rivier. Zo wordt het dweilen met de kraan open.” Maar laten we ook uitleggen hoe hij hier toe komt.

Volgens professor Kleinhans (en trouwens ook Rijkswaterstaat) zijn er twee belangrijke effecten waar je rekening mee moet houden.    

  1. Het eerste volgens de professor: “De eerste is domweg ruimte, doorstroomoppervlak. We hebben de dijken krap op de rivier liggen en dat water gaat niet veel meer dan tweemaal zo hard stromen, dus als er tienmaal zoveel komt als bij het gemiddelde debiet, gaat de waterstand dus omhoog. Dijkverlegging zou verreweg het beste zijn maar dat is vooralsnog onbespreekbaar in Nederland.”
  2. Het tweede effect: “Het tweede is bovenstroomse opstuwing. De rivier keldert niet slechts van de bergen naar beneden naar de zee, maar is ook opgehangen aan het zee-oppervlak en de helling naar zee wordt geleidelijk steeds flauwer. Ook een gedeeltelijke obstructie, of bodemwrijving, zorgt voor opstuwing. Het mooiste voorbeeld is de oude spoorbrug bij Nijmegen, die het water tientallen kilometers stroomopwaarts opstuwt tijdens hoogwater. Daarom, en vanwege de tamelijk assertieve houding van de locals, moest er zo’n verschrikkelijk grote en dure ingreep bij Lent gemaakt worden zodat het water er langs kan. Dat verlaagt zowel lokaal als bovenstrooms de waterstanden.”

Hierbij twee wetenschappelijke studies van Menno Straatsma uit de faculteit Professor Kleinhans over de Waal tot Gorinchem: Studie 1 en studie 2. We hebben er een samenvatting van gemaakt.

Rijkswaterstaat heeft bevestigd dat er twee knelpunten in de Waal zijn: Nijmegen en Zaltbommel (binnenstad, ter hoogte van het ‘leugenbankje’).

In het concept bestemmingsplan wordt gerekend met een debiet bij Lobith van 16.000 m3/s. Laten we eerst op het eerste effect in gaan. In het Deltaprogramma 2017 staat: “Voor de veiligheidsmaatregelen langs de Rijn, de Waal en de IJssel is het belangrijk te weten welke afvoeren bij Lobith Nederland binnen kunnen komen en wat de kans daarop is, nu en in de toekomst. “ Om even later te vervolgen met: “Hieruit blijkt dat de maximale afvoer van 18.000 m3/s in 2100 ( dat is over 80 jaar al) een aannemelijke bovengrens is, op grond van de inzichten in de afvoertoename, het effect van overstromingen in Duitsland en het effect van Duitse maatregelen (zowel preventieve als noodmaatregelen). Die bovengrens van de afvoer blijft daarom het uitgangspunt van het Deltaprogramma.” (Link zie paragraaf 2.3.3 rivieren – rijn). Conclusie: er komt meer water op ons af bij extreem hoog water.

In een gesprek met RWS kwam naar voren dat er m.b.t. de Buitenstad nog gewerkt wordt op basis van een oude watervergunning. Dit zijn de documenten uit de jaren 50 en 60 die RWS ons toestuurde: link document 1, link document 2 en link document 3.

De vereniging heeft binnen haar beperkte middelen ook gekeken naar het tweede argument van professor Kleinhans. Haar conclusie is dat de bottleneck verschuift van de binnenstad naar de buitenstad en dat de breedte van de rivier hier met 15 tot 30 meter afneemt. De bottleneck wordt dus groter en daarmee de opstuwing. Dit heeft gevolgen voor het gebied tot aan Nijmegen. 

De gemeente kent het probleem en heeft daarom vrijstelling aangevraagd bij het Rijk. Ze zegt dat deze in een voorlopige brief is toegekend. Er wordt vermeld: “Bij brief, gedateerd op 19 juli 2018 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de gemeente Zaltbommel laten weten voornemens te zijn de kaarten uit bijlage IV bij het Waterbesluit aan te passen.”  Deze brief is niet opgenomen in het concept bestemmingsplan.

Dat is nu de verantwoordelijkheid doorschuiven naar de toekomst: onbegrijpelijk. En dat ten faveure van een bouwplan van een private partij.

De Vereniging Vestingstad Zaltbommel heeft de gemeenten, stroomopwaarts, hiervan in kennis gesteld.

In het concept bestemmingsplan staat ten aanzien van de doelstellingen van de provincie: “In 2050 is Gelderland klimaatbestendig. De provincie is goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 zijn samen met partners de risico’s en kansen van het veranderende klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor hun handelen.” De conclusie van de gemeente: “De Omgevingsvisie is uitsluitend bindend voor de Provincie zelf en heeft geen rechtstreekse doorwerking naar het bestemmingsplan.” Oftewel: hier wordt wel heel erg naar de projectontwikkelaar toegeschreven.

In het plan staat dat het Rijk een stresstest heeft uitgevoerd ten aanzien van klimaat adaptie. De paragraaf over klimaat adaptie staat: “klimaatadaptatie en duurzaamheid zijn aandachtspunten voor de uitwerking. “ Zie vorig punt. Wat zijn de resultaten van deze stresstest? Ze staan niet in het bestemmingsplan.

De buitenstad heeft mogelijk gevolgen voor dijken en andere maatregelen die genomen moeten worden in het kader van waterveiligheid. De gemeente heeft een contract met de projectontwikkelaar gesloten. We gaan er vanuit dat alle gevolgschaden hierin bij de projectontwikkelaar liggen. Dit contract is niet naar buiten gebracht.

In een aantal plaatsen hebben gemeentes na 1995 geld gekregen om plannen om te bouwen in uiterwaarden stop te zetten. Uit betrouwbare bronnen hebben we vernomen dat dit ook geldt voor de gemeente Zaltbommel. Daarom hebben we de documenten bij de gemeente opgevraagd. De gemeente heeft uitstel gevraagd om aan dit verzoek gehoor te geven en we hebben ze nog niet gekregen.

In het rapport van Fugro wordt de grens van 8,15+ NAP (hoogte sokkel) verschoven naar 8,49+NAP. Het is niet duidelijk waar dit op gebaseerd is. De consequenties hiervan zijn ook niet in het concept bestemmingsplan meegenomen.

Tot slot: zoals gezegd zijn we geen rivierwetenschappers. We hebben het verhaal dus voorgelegd aan Professor Kleinhans en Menno Straatsma. Hun reactie: “Het mooie van jullie website is dat het verschillende aspecten belicht van de besluitvorming over de herinrichting van de uiterwaarden. Het is correct dat vanuit de gedachte van ruimte voor de rivier dit een mogelijkheid is om een groter doorstroomd oppervlak te creëren en daarmee het gebied en het gebied stroomopwaarts veiliger te maken. Alle extra opstuwing door nieuwe obstakels moet later elders en door anderen worden gecompenseerd met nieuwe interventies of dijkverhoging.” Om vervolgens te vervolgen met: “De normatieve keuze voor een nieuwe inrichting en de gevolgen daarvan ligt bij de politiek en andere belanghebbenden.” Wij hopen dat de politiek in Zaltbommel zijn verantwoordelijkheid pakt.