Zienswijze 2021

Betreft: Zienswijzen op ontwerpbestemmingsplan Buitenstad,
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view?planidn=NL.IMRO.0297.ZBMBP20190018-OW01

 

 

Zaltbommel, 7 september 2021

 

 

Geacht College,

 

 

Met document geven wij onze zienswijzen op het voorliggende ontwerp bestemmingsplan
Buitenstad.

 

 

Plangebied, inbedding binnen de bestaande plannen
Het bestemmingsplan Buitenstad wordt planologisch ingepast binnen de bestaande
bestemmingsplannen van de gemeente Zaltbommel. Deels zal het bestemmingsplan gaan gelden voor een gebied waar nooit eerder een bestemmingsplan voor opgesteld is geweest (het westelijke deel van het plangebied). Voor het oostelijke deel van het plan geldt nu het bestemmingsplan Binnenstad. Hierdoor komt het Rijks beschermd stadsgezicht deels binnen dit plangebied te liggen.

Aan de west- en zuidzijde van het plan grenst het plan aan het bestemmingsplan Zaltbommel.  

 

Het noordelijke en westelijke deel, de uiterwaarden, is een als Gelders Natuur Netwerk beschermd gebied vanwege de verbindingen (Ecologische Hoofdstructuur) van de Natura 2000 aangewezen natuurgebieden.

 

Rijksbeschermd Stadsgezicht
De aanwijzing door het Rijk van de vesting Zaltbommel tot Beschermd Stadsgezicht, verplicht de
gemeente om bij het opstellen van bestemmingsplannen deze aanduiding vast te leggen in
bestemmingsplannen. Met de vaststelling van het bestemmingsplan Binnenstad heeft het door het Rijk aangewezen beschermd stadsgezicht daarin een nader beschreven doelstelling gekregen, naast de vastlegging van het gebied in de plankaart. In de algemene omschrijving van dit bestemmingsplan staat opgenomen: “Deze dubbelbestemming is bestemd voor het behoud en zo mogelijk herstel van de ruimtelijke structuur en de cultuurhistorische waarden van Zaltbommel zoals omschreven in het aanwijzingsbesluit van het beschermde stadsgezicht.” In het bestemmingsplan Buitenstad wordt volledig voorbijgegaan aan deze bepaling. Er is geen nadere toelichting waarom voor het deel binnen het nieuwe bestemmingsplan deze doelstelling niet wordt toegepast, dan wel hoe deze wordt toegepast bij de nadere invulling die mogelijk wordt gemaakt met dit nieuwe bestemmingsplan Buitenstad. Het alleen opnemen van de lijn waar de grens ligt van het Rijks aangewezen beschermd stadsgezicht is in deze naar onze mening niet voldoende. Er is hier sprake van een bestaande bepaling in een vigerend bestemmingsplan voor dat gebied. Een wijziging in de omschrijving, in dit
geval het volledig weglaten van de genoemde doelstelling, vraagt om een duidelijke toelichting. Het verder niet meer tot doel stellen om dit deel van het beschermde stadsgezicht te behouden en te herstellen is in strijd met hetgeen de aanwijzing tot ‘beschermd stadsgezicht’ in algemene zin als doel voor ogen heeft. Ook die motivering, waarom dit doel niet meer dient te worden nagestreefd, wordt niet nader toegelicht

 

Plangrens, effecten op aanpalende gebieden
Het bestemmingsplan Buitenstad overlapt zoals aangegeven zones met een specifieke typering, maar grenst hier ook aan. Een bestemmingsplan dat grenst aan een specifieke aanduiding horend bij een doelbescherming (natuur, milieu of cultuur) dienen ook in dat betreffende plan te worden benoemd, waardoor de ‘aanhechting’ aan zo’n gebied helder is en de duiding hoe wordt omgegaan met de beschermende doelstellingen in dit aanpalende gebied. In het bestemmingsplan Buitenstad wordt niet aangegeven of er directe effecten zijn op het te beschermen doel in de aanpalende gebieden. Of en welke maatregelen worden getroffen ten behoeve van de Ecologische Hoofdstructuur vanwege Natura 2000 en het Beschermd Stadsgezicht is volstrekt onduidelijk. Het plan is hier onvoldoende beschrijvend.

 

Cultuurhistorie, archeologie
In de begeleidende tekst bij dit ontwerp-bestemmingsplan wordt een heel verhaal bedacht over een grootschalige handels- en opslaghaven die hoort bij een grote stad in de delta bij de zee. De locatie Buitenstad heeft echter naast de laatst bekende bestemming van scheepswerf, nooit deze functie(s) op een dergelijke grote schaal gekend. De hele huidige structuur van het terrein wordt in de onderzoeken en in de bescherming in het Bestemmingsplan Buitenstad niet meegenomen. In de vergadering van de gemeenteraad ter behandeling van het beeldkwaliteitsplan is vanuit het college een gemeentelijke monumentenstatus toegezegd voor enkele nog aanwezige onderdelen van de scheepswerf. De geografische locatie van een scheepswerf voor zeeschepen zo ver in het binnenland gelegen is overigens bijzonder te noemen. Vanwege de bouw van juist dit type schepen (vrachtschepen voor de

vaart op bijvoorbeeld Noord-Amerika = Oranjelijnen) op de Bommelse scheepswerf was de inrichting met een bijzonder soort hellingbanen noodzakelijk, die ook daadwerkelijk nog aanwezig is. In de toelichtingen wordt hier geen moment aandacht aan besteed. Ook eerder onderzoek in opdracht van het gemeentebestuur uitgevoerd naar het nog aanwezige bouwhistorische ensemble van kantoor, loodsen, hal en hellingbanen wordt in het voorliggende bestemmingsplan plan niet aangehaald, noch gebruikt.

 

De omschrijving van het plan maakt daarentegen wel steeds gebruik van de omschrijving van de
bestaande hal als beeldbepalend element in het gebied. Deze hal wordt echter gesloopt en
vervangen door een groter appartementencomplex (de ‘nieuwe hal’). De relevantie van de contour en de hoogte van de bestaande hal verdwijnt daar dan ook mee. Door de verhoging van het maaiveld in het hele gebied ten opzichte van bestaand zijn de hoogteaanduidingen in de plankaart vertekend ten opzichte van de huidige situatie, waardoor de ‘nieuwe hal’ (het appartementencomplex) veel hoger (twee tot drie bouwlagen) en ook massiever wordt dan de bestaande situatie die in het recente verleden is ontstaan.

 

De archeologische proefboringen roepen verschillende vragen op. Zo zijn de locaties van de
proefboringen uiterst curieus. Op de locatie van de Buitenstad hebben 16e- en 17e-eeuwse
vestingonderdelen gelegen, waaronder een ‘Halve Maen’. Mochten hiervan nog resten aanwezig zijn, dan zijn die met de proefboringen volledig gemist. De locaties van de proefboringen lijken zodanig gekozen dat ze om de buitenste rand van de Halve Maen heen gaan en dit vestingwerk daardoor niet aansnijden. Ook de beperkte diepte van de boringen is niet duidelijk te verklaren, omdat ze veelal boven het niveau van de archeologische resten bleven. Al met al is het onmogelijk dat de proefboringen een duidelijk beeld hebben opgeleverd van de archeologische resten in de ondergrond. De voorgestelde bouwmethode voor de woonwijk is dusdanig, dat er een betonnen sokkel geplaatst wordt op de locatie in samenhang met de verhoging van het maaiveld. Hoe deze sokkel wordt gefundeerd, wordt echter niet met regels omkleed, waardoor er geen enkele garantie kan worden gegeven hoe verstoring van de ondergrond en de archeologische resten kan worden voorkomen. (Bij het bestemmingsplan Johan de Wittstraat in Zaltbommel is voor een exact identieke procedure gekozen. Na de sloop van de bovengrondse bebouwing bleek ondergronds de gehele fundering van de daar gelegen Halve Maen nog aanwezig. Helaas kon door het gebrek aan bescherming van archeologische resten in het bestemmingsplan dit verdedigingswerk door de aannemer volledig ongedocumenteerd worden verwijderd.) Bovendien is in het plan niet beschreven welke effecten langsstromend water met verschillende kracht, snelheden en op verschillende hoogtes op zo’n sokkel en op de ondergrond van de sokkel heeft.

 

Of er een reden is om de ondergrond te beschermen en te beschrijven is naar ons idee te weinig
onderzocht. De geringe diepte van de proefboringen en de locaties van deze boringen geven geen uitsluitsel over de archeologische resten en over de mogelijke effecten van langdurige uitspoeling op de mogelijk nog aanwezige archeologische bodemschatten. De recente ervaring leert dat dergelijke cultuurhistorisch waardevolle resten veelvuldig aanwezig zijn en zich op een diepte bevinden die ca. één meter dieper ligt dan tot waar onderzoek is gepleegd middels de proefboringen. Er is in het gehele plan geen heldere beschrijving gegeven hoe de sokkel dient te worden afgedekt om uitspoeling of onderspoeling te voorkomen, waardoor het plan in deze ook niet voldoet. Ook de stabilisering en de verankering aan de ondergrond van de sokkel dient duidelijker te worden omschreven. Ook is in deze niets terug te vinden over de mogelijk noodzakelijke bescherming tegen verspreiding van vervuilingen die reeds in de ondergrond aanwezig zijn.

 

Gebruikt debiet, waterveiligheid
Niet alleen de bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden is onderbelicht in het ontwerp-bestemmingsplan, maar ook de benadering van de waterveiligheid voor het gebied. Het betreft immers een buitendijks gelegen gebied. Handhaving van de waterveiligheid van het nieuw te ontwikkelen gebied op het aanvangsniveau vraagt om een constructie die de mogelijkheid in zich bergt om te voorzien in aanpassingen bij gewijzigde omstandigheden. Het plan is opgezet met een debiet van 16.000 kuub per seconde terwijl plannen die een kortere doorlooptijd hadden en in andere gemeenten langs de Waal ook op dit moment voor besluitvorming voorliggen al uitgaan van 18.000 kuub. Dit verschil bevreemdt zeer. Het zou ertoe kunnen leiden dat de sokkel op het moment van de start van de bouw al hoger gemaakt moet worden om alsnog aan de normen te voldoen die bij de start van de vergunningsprocedure zijn vastgelegd. Maar wellicht is dat al te beperkt om voldoende waterveiligheid te kunnen garanderen.

 

Wat overigens ook niet wordt verklaard, maar wat wel verstrekkende gevolgen heeft voor de
komende bewoners van het plangebied, is de waterveiligheidsnorm. Deze is in het concept bestemmingsplan verlaagd van 1 keer per 1250 naar 1 keer per 250 jaar. Dit betekent een zeer aanzienlijke verhoging van het overstromingsrisico. Op niet één woonlocatie in Nederland waar nieuw gebouwd wordt, is zo’n lage norm van toepassing. Bij de nieuwe normering is de laagste norm 1 keer per 300 jaar en dat komt alleen voor bij dunbevolkte gebieden (bijvoorbeeld de zuidzijde van de Zuid-Hollandse Eilanden). Het effect van de versmalling van de Waalbedding die door de bouw van de Buitenstad wordt veroorzaakt is niet verder berekend of onderzocht. Een effect bij hoogwater op de bovenstroomse gebieden kan wel degelijk aanwezig zijn en doet dan alle kostbare maatregelen van ‘Ruimte voor de rivier’ teniet. Met de door klimaatverandering verwachte vergroting van het debiet gepaard aan een grotere bottleneck bij de Buitenstad, zullen de risico’s ongetwijfeld toenemen. De doorstroom bij een grotere hoeveelheid water veroorzaakt een opstuwing bovenstrooms. Van welke maat en grootte is door het ontbreken van enige studie ook een ernstige omissie in dit Bestemmingsplan. Dit dient te worden hersteld door alsnog een studie uit te voeren.

Voor het financiële risico voor waterveiligheidsmaatregelen ná realisatie is in het plan geen ruimte opgenomen. Wellicht zou een financiële risicoparagraaf op zijn plaats zijn. Zoals aangegeven dient elke twaalf jaar aan de hand van de actuele situatie en kennis een waterveiligheidscalculatie te worden beschreven. Aan de hand van deze calculatie dienen dan vervolgens passende maatregelen te worden genomen voor de waterveiligheid in het gebied. Na realisatie van het plan is de gemeente vanuit de algemene middelen verantwoordelijk voor deze kosten (vanwege het buitendijks bouwen).

Gezien de te lage risico-inschatting (laag debiet, versmalling Waalbedding en lagere norm 1:250) is de vraag of de gemeente meerdere overstromingen in enkele jaren financieel kan dragen zonder dit op haar burgers te verhalen.

 

Gelders Natuurnetwerk
Uit het ontwerp-bestemmingsplan blijkt dat er ruimte is om 10% meer bebouwing toe te staan. Met de bouw van meer woningen is er ook een grotere belasting door auto’s te verwachten met de daarbij horende licht- en luchtvervuiling. Uit geen van de studies blijkt dat met een grotere
luchtvervuiling rekening is gehouden. Ook de vergroting van de parkeerdruk, nu er in het plan geen rekening wordt gehouden met meer auto’s bij een groter aantal woningen, zal tot een stijging van de parkeerdruk in de omliggende gebieden leiden, wat in strijd is met het geldende beleid. Met de bouw van woningen langs de westzijde van het plangebied en de ontsluiting van deze woningen zal de lichtbelasting op de aangrenzende Ecologische Hoofdstructuur in de uren tussen zonsondergang en zonsopkomst aanzienlijk groter worden dan wat deze is op dit moment. Naar de vraag in hoeverre dit een vervuiling is die binnen geldende normen blijft is geen studie of onderbouwing bij het plan te vinden.

 

Het bouwen aan de rand van het Gelders Natuurnetwerk is een bedreiging van de beoogde
natuurbescherming in dit gebied. De afwikkeling van het aanzienlijk toenemende autoverkeer van en naar het plangebied, alsmede de aansluiting van het plangebied op de Steenweg/Gamerschedijk, zal hier een bottleneck ontstaan in de verkeersafwikkeling. Dit heeft ook stevige effecten op de afvoer van Albert Heijn / Lidl vanaf de Havendijk. Binnen de bestaande verkeerskundige kaders lijkt hiervoor geen oplossing haalbaar.

 

Hoogte en grootte van de bebouwing
De blokken met bebouwingsmogelijkheid zijn tot aan de randen van het gebied ingetekend. Concreet wordt de binnenstad van Zaltbommel aan de westzijde van de stad volledig gedomineerd door de nieuwe bebouwing, die gezien de mogelijkheden die het ontwerp-bestemmingsplan biedt, veel hoger en massaler is dan in het Rijksbeschermd Stadsgezicht. Hiermee wordt de openheid van de haven, die als een afsluiting tussen stad en rivier ligt teniet gedaan. De haven zelf zal na realisering van dit plan beleefd worden als een aan de west- en noordzijde volledig van de Waal afgekeerd ‘binnenwater’ en niet als de huidige verlenging van de rivier. De geplande bebouwing parallel aan de rivier komt dichter bij de rivier te liggen dan de huidige loodsen en hal. Of dit zicht ontneemt voor de beroepsvaart is niet helder uit de stukken op te maken. Wel heeft dit doorsteken tot dichterbij de rivier tot gevolg dat een van de bijzondere, omschreven cultuurhistorische kwaliteiten van het Rijksbeschermd Stadsgezicht verloren gaat: de eeuwenoude vrije ligging van de oude stad aan de Waal, volledig omsloten door de vestinggracht waartoe ook de oude haven behoort. Aan de Waalzijde, ook vanaf de Waalbruggen, zal de hoge en massale nieuwbouw die het ontwerp bestemmingsplan mogelijk maakt de oude stad volledig gaan overvleugelen. Bovendien gaat de relatie tussen de oude haven en de vestinggracht als onderdeel van de vestingwerken verloren door de in dit ontwerp-bestemmingsplan mogelijk gemaakte aanleg van een betonnen plateau op de Havendijk, waardoor op het punt waar de historisch gegroeide smalle toegang tot de stad (vergelijk
de situatie bij de Bossche- en Oenselsepoort) onherkenbaar verdwijnt. Notabene, dit aspect ligt
volledig binnen het Rijksbeschermd stadsgezicht. Op deze locatie is geen enkel verkennend grond onderzoek gepleegd, zoals ook geldt voor de terreinen ten zuiden en ten westen van de Werkhaven.

 

Uiteindelijk is door het gebruik van de verschillende aanduidingen ‘verdieping’ in de behandeling van het beeldkwaliteitsplan en ‘bouwhoogtes’ in het voorliggende bestemmingsplan niet meer de
noodzakelijke duidelijkheid over de daadwerkelijke hoogtes (nok- en goothoogtes) van de op te
richten gebouwen helder te herleiden. Bij de presentatie van het Beeldkwaliteitsplan is door u als
verantwoordelijk bestuur aangegeven dat het om ‘waarschijnlijk of één tot vier lagen gaat’. Dat is te vaag en biedt teveel ruimte, zeker nu er sprake is van bouwhoogte en niet van nokhoogte. Het is van groot belang om dit scherper per locatie in centimeters hoogte aan te geven in het hele plan. Met de huidige formulering kan er nooit sprake zijn van hoogte differentiatie rond bijvoorbeeld de haven.

 
Hier is met de huidige omschrijving één aaneengesloten wand mogelijk met vier bouwlagen.

Samengevat om dit te voorkomen, het begrip bouwhoogte dient te worden vervangen door
nokhoogte en de bouwvlakken dienen in kleinere delen te worden opgedeeld en van eigen hoogte
aanduidingen te worden voorzien.

 

Participatie
Op meerdere momenten heeft de vereniging Vestingstad Zaltbommel aan inwoners van Zaltbommel gevraagd of de gekozen weg voor de herontwikkeling van de Buitenstad in hun ogen de juiste was. De uitkomst van deze raadpleging is meermalen gedeeld met u. Tot op heden is er met deze inbreng niks wezenlijks gedaan. De gekozen invulling blijft volledig haaks staan op hetgeen door betrokken inwoners is aangedragen als alternatieven. Samengevat wordt het nu voorliggend plan als niet passend bij de bebouwing van de huidige stad ervaren. En voor de volledigheid, dit is niet een kwestie van mooi of lelijk, het heeft alles te maken met maat, schaal en aansluitingen op de oude stad.

 

Met de gekozen vorm van participatie door u zelf, een klankbordgroep met een beperkt aantal
mensen, die slechts geïnformeerd werd door de stedenbouwkundigen over hun volgende verdere
invulling, is de illusie gewekt, dat er geluisterd werd. Ook de keuze voor het ter inzage leggen van een concept ontwerp-bestemmingsplan, heeft de indruk gewekt dat opmerkingen en gedachten van inwoners relevant zouden zijn in dit proces. Mede door de wijze waarop vragen, beelden etc. van de participanten zijn gecategoriseerd, wordt de indruk gewekt dat er een volwassen participatie is uitgevoerd. In de praktijk is er echter weinig tot niets mee gedaan, wat de participatie in de praktijk helaas tot een schijnprocedure maakte.

 

Conclusie
Samengevat kan hier worden geconcludeerd dat het voorliggende ontwerp-bestemmingsplan niet voldoet en derhalve niet op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld.

 

Ten overvloede vraag ik u te bevestigen dat u voldoende reserveringen hebt getroffen om bewoners van Zaltbommel te vrijwaren dat door de buitenstad ooit een verhoging van lasten doorberekend zal worden (in welke vorm dan ook).

 

Vertrouwend hiermee te kunnen volstaan